logoHome
VVE-methode Uk&Puk VVE-methode Uk&Puk
icoon

De VVE-methode Uk&Puk is voor kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. VVE betekent: Voorschoolse- en Vroegschoolse Educatie. Spelen staat centraal. De pop Puk is hun speelkameraadje. De thema’s staan dichtbij de belevingswereld van je kind. Via Uk&Puk doen kinderen nieuwe ervaringen en vaardigheden op.

"Uk&Puk: actief bezig zijn en lekker spelen!"

Wie is Puk?

Dit is Puk. Hij hoort bij het ontwikkelingsprogrammaPuk is een pop en een speelkameraadje van de kinderen. Maar Puk is nog veel meer dan dat. Puk hoort bij het activiteitenprogramma Uk&Puk, dat speciaal ontwikkeld is voor kindercentra. Het doel is om de ontwikkeling van je kind te stimuleren door samen te spelen en ontdekken.

Puk speelt een rol in de activiteiten

Puk is als een vriendje voor de kinderen. Hij maakt iets mee dat kinderen herkennen. Hij heeft bijvoorbeeld nieuwe schoenen of hij is verkouden. Hij laat de kinderen iets zien, maakt een grapje en stelt vragen. Via Puk kunnen de kinderen op een veilige manier betrokken en uitgedaagd worden om deel te nemen aan een activiteit.

Hoe kunnen ouders meedoen?

Onze medewerkers houden ouders op de hoogte met welke thema’s we werken en hoe je kind de activiteiten beleeft. Je krijgt van ons suggesties wat je thuis met het thema kunt doen. Ook mag je kind altijd spulletjes meenemen naar de peuterspeelzaal die horen bij het thema.

Spraak en taal

Samen praten is belangrijk. Hierdoor leert je kind nieuwe woorden. Ook besteedt Uk&Puk veel aandacht aan voorlezen. Bij elk thema hoort een voorleesverhaal.

Omgaan met gevoelens en met elkaar

De activiteiten in Uk&Puk stimuleren je kind om een ander kind te helpen, keuzes te maken of iets aan andere kinderen te laten zien of te vertellen.

Bewegen en ervaren

Door actief bezig te zijn, ontdekken kinderen de wereld om zich heen. Dit doen ze door te bewegen, te ontdekken en door te onderzoeken.

Ruimtelijk begrip

De activiteiten van Uk&Puk zijn ook gericht op de verstandelijke ontwikkeling van je kind. Je kind kijkt waar de bal heen rolt en ervaart of ze de bal kan pakken of niet. Zo krijgen kinderen ruimtelijk begrip. Of ze passen schoenen en kijken welke schoenen groot en welke klein zijn. Tijdens het passen en meten praten ze ook over hun voeten. Hoeveel voeten hebben ze? Er wordt een begin gemaakt met tellen.